ECLI:NL:RVS:2025:5476
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit betaald parkeren Moerwijk-Noord wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag voerde per 1 februari 2021 betaald parkeren in in de wijk Moerwijk-Noord vanwege hoge parkeerdruk. Voorafgaand hield het college een enquête onder bewoners, waarbij 27,71% reageerde en een meerderheid van 52,74% voor betaald parkeren was. Het college hanteerde een quorum van 35%, dat niet werd gehaald. Appellant stelde dat slechts 15% van de bewoners voor was en dat het college het besluit onrechtmatig had genomen.
De rechtbank oordeelde dat het college de belangen van bewoners voldoende zorgvuldig had afgewogen en dat het niet halen van het quorum niet automatisch het besluit onzorgvuldig maakte. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarop het quorum was gebaseerd en hoe het met de uitkomst omging als het quorum niet werd gehaald. Tevens bleek dat de enquêteformulieren niet waren genummerd en niet meer konden worden onderzocht, waardoor de zorgvuldigheid van de enquête niet kon worden vastgesteld.
De Afdeling concludeerde dat het college zijn besluit niet op de enquête mocht baseren en dat het besluit daarom onvoldoende zorgvuldig was voorbereid. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het college opgedragen binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot invoering van betaald parkeren in Moerwijk-Noord wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid.