ECLI:NL:RVS:2025:5356
Raad van State
- Hoger beroep
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Herstel vergunning kamerbewoning na vernietiging rechtbank wegens positieve invloed op woonmilieu
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 11 mei 2020 een vergunning voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen aan de eigenaar van een woning in Rotterdam. Een buurtbewoner stelde bezwaar in en voerde aan dat de kamerbewoning geen positieve invloed heeft op de buurt, zoals vereist in de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2019. De rechtbank vernietigde het besluit en wees de vergunningaanvraag af.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college voldoende heeft gemotiveerd dat de kamerbewoning, mede door de verplichting tot vrijwilligerswerk en het ontbreken van overlastmeldingen, een positieve invloed heeft op het woonmilieu en de leefbaarheid. De rechtbank had ten onrechte zelf in de zaak voorzien door de vergunning af te wijzen.
Het incidenteel hoger beroep van de buurtbewoner werd ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde dat het college niet verplicht is om onderscheid te maken tussen woonmilieu en leefbaarheid en dat het Voorbereidingsbesluit niet van toepassing is op deze vergunning. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het bezwaar van de buurtbewoner ongegrond verklaard en de vergunning voor kamerbewoning herleefde.
Uitkomst: De vergunning voor kamerbewoning voor maximaal vijf personen wordt hersteld en het bezwaar van de buurtbewoner ongegrond verklaard.