ECLI:NL:RVS:2025:5352
Raad van State
- Hoger beroep
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring hoger beroep tegen vergunning kamerbewoning Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees op 5 november 2020 de aanvraag van de eigenaar van de woning aan de [locatie A] af voor een vergunning kamerbewoning voor maximaal elf personen. Het college motiveerde dit met het ontbreken van een positieve invloed op het woonmilieu en leefbaarheid, mede vanwege de nabijheid van andere studentenhuizen.
Na bezwaar handhaafde het college het besluit, maar de rechtbank Rotterdam vernietigde dit in december 2023 en gaf de vergunning alsnog. Het college en een omwonende, [appellante], gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college voldoende gewicht mocht toekennen aan de rechtszekerheid van de bestaande situatie en de belangenafweging deugdelijk heeft gemotiveerd. De stellingen over overlast en schending van het klushuiscontract zijn onvoldoende onderbouwd of buiten het toetsingskader.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de vergunning voor kamerbewoning blijft van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor kamerbewoning blijft van kracht.