ECLI:NL:RVS:2025:5307
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vaststelling planschadevergoeding na wijziging bestemmingsplan Bedrijventerrein Willem Sophia
Limburg Real Estate B.V. (LRE) kocht in 2019 meerdere percelen in Kerkrade en vroeg in 2020 een tegemoetkoming in planschade aan vanwege beperkingen door het nieuwe bestemmingsplan Bedrijventerrein Willem Sophia. Het college Kerkrade wees dit verzoek in 2022 af, gesteund op advies van de SAOZ dat de planologische wijziging een nadelige situatie voor LRE opleverde, maar dat de schade voorzienbaar was en anderszins verzekerd vanwege de hoge verkoopprijs van de percelen in 2021.
De rechtbank verklaarde het beroep van LRE gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de schade anderszins verzekerd zou zijn. LRE stelde hoger beroep in tegen deze beslissing, stellende dat de voorzienbaarheid niet aannemelijk was en dat de schade niet anderszins verzekerd was. Het college stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de voorzienbaarheid niet kan worden aangenomen op basis van de voorbereidingsbesluiten en het voorontwerpbestemmingsplan, omdat deze niet concreet genoeg waren en niet openbaar genoeg onder de omstandigheden. Ook is de verkoopprijs niet voldoende om te concluderen dat de schade anderszins verzekerd is. De Afdeling stelt het normaal maatschappelijk risico vast op 2% in plaats van 3%. Het college moet een nieuw besluit nemen, rekening houdend met deze overwegingen en de door SAOZ begrote planschade.
Uitkomst: Het hoger beroep van Limburg Real Estate B.V. wordt gegrond verklaard en het college van Kerkrade wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de tegemoetkoming in planschade.