ECLI:NL:RVS:2025:5239
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling stellen verblijfsaanvragen en afwijzing verblijfsvergunning
Appellanten, allen Indonesische nationaliteit, dienden aanvragen in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De staatssecretaris stelde de aanvragen van appellanten 2 en 3 buiten behandeling wegens het ontbreken van een aanvraagformulier en een wettelijk erkende beperking. De aanvraag van appellant 1 werd afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister ten onrechte de aanvragen van appellanten 2 en 3 buiten behandeling stelde. Er bestaat een discretionaire bevoegdheid om een verblijfsvergunning onder andere beperkingen te verlenen dan genoemd in het Besluit Vreemdelingen 2000, en het ontbreken van een aanvraagformulier kon geen reden zijn voor buitenbehandelingstelling.
De afwijzing van appellant 1 berustte op de onjuiste buitenbehandelingstelling van de andere aanvragen en kon daarom niet standhouden. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de minister, verklaarde het bezwaar gegrond en beval nieuwe besluitvorming. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de besluiten van de minister en gelast nieuwe besluitvorming met vergoeding van proceskosten.