ECLI:NL:RVS:2025:5202
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J.Th. Drop
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding Wet normering topinkomens na beëindiging dienstverband onderwijsbestuurder
Appellant was lid van het college van bestuur van stichting Helicon Opleidingen en beëindigde zijn dienstverband in 2015 na interne conflicten. Hij ontving een ontslagvergoeding van in totaal € 397.524,00, waarvan de Inspectie van het Onderwijs concludeerde dat € 137.524,00 de normen van de Wet normering topinkomens (Wnt) overschreed. De minister legde hem een last onder dwangsom op om dit bedrag terug te betalen.
De rechtbank oordeelde dat de toetsing aan de Wnt moet plaatsvinden naar het recht ten tijde van de vaststellingsovereenkomst in 2014, waarbij de afkoop van de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (bwr-uitkering) onderdeel is van de ontslagvergoeding en het maximum van € 75.000,00 daarmee was bereikt. Appellant moest het overschrijdende bedrag terugbetalen.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de gewijzigde Wnt met terugwerkende kracht op hem van toepassing was, dat het onderscheid tussen cao's onrechtvaardig was, dat internationale verdragen werden geschonden en dat de last onder dwangsom onredelijk was omdat hij de ingehouden belasting niet kon terugvorderen. De Afdeling verwierp deze argumenten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Wel kende de Afdeling een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd, met toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.