ECLI:NL:RVS:2025:516
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergoeding waardedaling woning voor 50% eigendomsaandeel na echtscheiding
Appellant en zijn ex-echtgenote waren tot 3 juni 2019 ieder voor 50% eigenaar van een woning. Na echtscheiding werd de woning aan appellant toegewezen en werd hij vanaf die datum voor 100% eigenaar. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen kende appellant een vergoeding toe voor 50% van de waardedaling van de woning, gebaseerd op zijn eigendomsaandeel op de peildatum 1 januari 2019.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen aanspraak kon maken op meer dan 50% van de vergoeding omdat de ex-echtgenote haar vordering niet aan hem had overgedragen. Appellant stelde in hoger beroep dat het convenant een volledige overdracht van de waardedalingsvergoeding aan hem beoogde, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde dat het convenant onvoldoende specifiek was om deze overdracht aan te nemen.
De Afdeling benadrukte dat het Instituut de vergoeding toekent aan de zakelijk gerechtigde, doorgaans de juridische eigenaar, en dat zonder bewijs van cessie geen volledige vergoeding aan appellant kan worden toegekend. De Afdeling concludeerde dat appellant slechts recht heeft op 50% van de waardedaling en bevestigde het bestreden vonnis.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; vergoeding waardedaling woning blijft beperkt tot 50% eigendomsaandeel.