ECLI:NL:RVS:2025:5091
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verbod gemotoriseerd vaarverkeer op bovenloop Kromme Rijn ter bescherming ecologie
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden stelde op 5 juli 2022 een verkeersbesluit vast dat gemotoriseerd vaarverkeer op de bovenloop van de Kromme Rijn verbiedt zonder ontheffingsmogelijkheid. Appellant, wonend aan deze bovenloop, maakte bezwaar omdat hij gemotoriseerd varen, inclusief elektrisch varen, wil toestaan. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond vanwege het belang van het voorkomen van ecologische schade.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellant tegen het verkeersbesluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij voerde aan dat de wetenschappelijke onderbouwing onvoldoende is, dat het college geen eigen ecologisch onderzoek had uitgevoerd en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat elektrisch varen op de benedenloop wel is toegestaan.
De Afdeling oordeelde dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het verbod ecologische belangen dient, ondersteund door wetenschappelijke onderzoeken en een notitie van de ecoloog. Het onderscheid tussen brandstof- en elektrisch varen is niet relevant omdat beide leiden tot vergelijkbare ecologische effecten zoals golfslag en vertroebeling. Het gelijkheidsbeginsel is niet geschonden omdat de bovenloop en benedenloop verschillen in diepte, breedte en gebruik.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het verkeersbesluit. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee blijft het verbod op gemotoriseerd varen, inclusief elektrisch varen, op de bovenloop van de Kromme Rijn van kracht.
Uitkomst: Het verbod op gemotoriseerd varen op de bovenloop van de Kromme Rijn wordt bevestigd vanwege bescherming van de ecologie.