ECLI:NL:RVS:2025:5057
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit examencommissie wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel bij fraudeonderzoek paper
De examencommissie van Tilburg University verklaarde het paper van appellant ongeldig wegens fraude, gebaseerd op een plagiaatrapport van Turnitin en grote gelijkenissen met een eerder paper. Appellant werd uitgesloten van de eerstvolgende herkansing.
Het college van beroep voor de examens (CBE) bevestigde dit besluit, ondanks dat appellant voorafgaand aan het hoorgesprek het plagiaatrapport niet kon inzien. Het CBE paste artikel 6:22 Awb Pro toe en oordeelde dat appellant niet benadeeld was omdat hij later gelegenheid had gekregen te reageren.
De Raad van State oordeelt dat het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden doordat appellant niet tijdig het plagiaatrapport ontving en dat het CBE dit gebrek niet had mogen passeren. Daarom wordt het besluit van het CBE vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat appellant zich adequaat heeft kunnen verdedigen.
Het CBE wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant. Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 19 mei 2025 vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van het college van beroep voor de examens wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.