ECLI:NL:RVS:2025:4963
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging termijnbesluit machtiging voorlopig verblijf wegens strijd met Awb en EU-richtlijn
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank had een beslistermijn van 90 dagen opgelegd, gerekend vanaf het moment dat de minister de aanvraag inhoudelijk in behandeling neemt volgens het 'first in, first out'-principe.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat deze beslistermijn in strijd is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en niet voldoet aan de rechtsbescherming die vereist is op grond van artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarom vernietigt de Afdeling het vonnis van de rechtbank voor zover het deze termijn oplegt.
In plaats daarvan stelt de Afdeling nieuwe termijnen vast: vier weken na verzending van de uitspraak van de rechtbank, met verlengingen tot acht, zestien of twintig weken afhankelijk van of de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de beslistermijn van 90 dagen en stelt nieuwe termijnen vast voor besluitvorming over de machtiging tot voorlopig verblijf.