ECLI:NL:RVS:2025:4921
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing klacht tegen ICS over fotoverificatie op grond van AVG
Appellante diende een klacht in bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) omdat zij meent dat International Card Services B.V. (ICS) de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) overtreedt door te vragen om een foto ter verificatie van haar identiteit. De AP wees de klacht af omdat nader onderzoek nodig was en de klacht niet voldeed aan de prioriteringscriteria voor klachtenonderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de AP haar werkwijze voldoende had gemotiveerd en niet onredelijk had gehandeld.
Appellante stelde in hoger beroep dat de AP verplicht is alle klachten te behandelen zonder prioritering en dat de AP voldoende middelen heeft om het onderzoek uit te voeren, ook omdat zij bereid was de kosten te dragen. Tevens voerde zij aan dat ICS een overtreding had begaan en dat de klacht binnen de focuspunten van de AP viel. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de AP beleidsruimte heeft om prioritering toe te passen en dat de werkwijze van de AP, inclusief het bureauonderzoek en de afweging van doeltreffendheid en doelmatigheid, niet onredelijk is.
Verder verwierp de Afdeling het betoog dat het aanbod van appellante om het onderzoek te bekostigen de onafhankelijkheid van de AP niet zou schaden, omdat de AP vrij moet blijven van externe invloed. Ook het argument dat ICS onder het aandachtspunt ‘digitale overheid’ valt omdat het eigendom is van een staatsbedrijf werd verworpen, omdat ICS een privaatrechtelijke entiteit is. De overige gronden in hoger beroep waren herhalingen van eerdere betogen zonder nieuwe argumenten. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.