ECLI:NL:RVS:2025:4848
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- B.P. Vermeulen
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens onduidelijke band met veilig derde land
Appellant, een Egyptische nationaliteit dragende vreemdeling, diende een asielaanvraag in Nederland in die door de minister van Asiel en Migratie niet-ontvankelijk werd verklaard op grond van het bestaan van een veilig derde land, Zuid-Korea. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep klaagde appellant over de onvoldoende motivering van de minister en rechtbank omtrent de redelijkheid van het teruggaan naar Zuid-Korea. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank niet voldoende rekening had gehouden met de omstandigheden waaronder appellant acht maanden bij vrienden verbleef, zonder participatie in de samenleving, werk of toegang tot gezondheidszorg.
De Afdeling oordeelde dat de minister onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant een zodanige band met Zuid-Korea heeft dat het redelijk is om daarheen terug te keren. Het standpunt van de minister over de verblijfsstatus en mogelijkheid tot nieuwe asielaanvraag in Zuid-Korea volstond niet. De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de redelijkheid van terugkeer naar Zuid-Korea.