ECLI:NL:RVS:2025:4815
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- J. Schipper-Spanninga
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verklaring omtrent gedrag wegens onvoldoende motivering evenredigheid
De appellant verzocht op 29 augustus 2022 om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor een functie als persoonlijk begeleider. De minister weigerde dit op basis van een voorwaardelijke sepotdatum uit 2016 wegens ontucht met een wilsonbekwame. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de appellant stelde dat de rechtbank onterecht uitging van een verkeerde datum en onvoldoende rekening hield met bijzondere omstandigheden en het evenredigheidsbeginsel.
De Afdeling overwoog dat de minister terecht uitging van de datum van sepot in plaats van de pleegdatum voor de terugkijktermijn. Wel oordeelde de Afdeling dat de minister niet voldoende had gemotiveerd waarom het tijdsverloop onvoldoende was om het risico op herhaling te beoordelen, en dat de minister ten onrechte niet had onderzocht of bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 Awb Pro aanwezig waren.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij alle omstandigheden van het geval en het evenredigheidsbeginsel in acht moeten worden genomen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de VOG wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent bijzondere omstandigheden en evenredigheid.