ECLI:NL:RVS:2025:4745
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens niet-tijdig besluit minister
Referent stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een besluit van de minister van Asiel en Migratie. Tijdens de procedure nam de minister alsnog het besluit waarop het hoger beroep betrekking had, waarna referent het hoger beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het alsnog nemen van het besluit door de minister wordt aangemerkt als tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor verviel het belang bij een uitspraak op het hoger beroep.
De Afdeling veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten die referent in verband met het hoger beroep had gemaakt, waarbij een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast omdat het hoger beroep uitsluitend over het niet tijdig nemen van het besluit ging.
De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 453,50, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot vergoeding van € 453,50 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.