ECLI:NL:RVS:2025:474
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 10 januari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde op 5 februari 2025 het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was vanwege de omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol en beval de opheffing ervan met ingang van die datum, inclusief schadevergoeding.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen zodat de uitspraak van de rechtbank niet direct uitgevoerd hoeft te worden. De voorzieningenrechter stelde de vreemdeling in de gelegenheid te reageren, maar ontving geen reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van grensbewaking zwaarder weegt dan het belang van de vreemdeling bij voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel. Dit oordeel sluit aan bij een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2025:379) waarin het Justitieel Complex Schiphol werd aangemerkt als gespecialiseerde bewaringsaccommodatie conform de Opvangrichtlijn. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, waardoor de maatregel gehandhaafd blijft totdat het hoger beroep is beslist.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster en griffier T. Toonen op 6 februari 2025.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel blijft gehandhaafd totdat het hoger beroep is beslist.