ECLI:NL:RVS:2025:4732
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing rechtbank inzake niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf
Referent heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank had eerder het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen 90 dagen een besluit te nemen, gerekend vanaf het moment dat de aanvraag inhoudelijk werd behandeld volgens het 'first in, first out'-principe.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat deze beslistermijn van 90 dagen onjuist is en niet strookt met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en het recht op tijdige beslissing zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarom vernietigt de Afdeling het vonnis van de rechtbank voor zover het deze termijn oplegt.
De Afdeling vervangt de termijn door een systeem van meerdere termijnen, afhankelijk van de omstandigheden: vier weken na verzending van het vonnis, acht weken indien herstel van verzuimen wordt aangeboden, zestien weken bij nader onderzoek, en twintig weken indien beide worden aangeboden. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €907,00 die door referent zijn gemaakt.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een juiste toepassing van wettelijke termijnen en rechtsbescherming bij besluiten over verblijfsvergunningen, en corrigeert de eerdere rechterlijke beslissing die onvoldoende rekening hield met de geldende regelgeving en richtlijnen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en nieuwe termijnen voor besluitvorming vastgesteld.