ECLI:NL:RVS:2025:4680
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en vervanging beslistermijn machtiging voorlopig verblijf
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank Den Haag had het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen 90 dagen een besluit te nemen, gerekend vanaf het moment dat de aanvraag inhoudelijk werd behandeld volgens het 'first in, first out'-principe.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat deze beslistermijn in strijd is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en niet voldoet aan de rechtsbescherming die artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn beoogt. Daarom vernietigt de Afdeling het vonnis voor zover het deze termijn oplegt.
De Afdeling vervangt de termijn door een variabele termijn: vier weken na verzending van het vonnis, acht weken indien de minister herstel van verzuimen aanbiedt, zestien weken indien nader onderzoek nodig is, en twintig weken indien beide van toepassing zijn. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis en stelt een nieuwe variabele beslistermijn tot maximaal twintig weken voor de minister vast.