ECLI:NL:RVS:2025:4678
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over beslistermijn machtiging voorlopig verblijf
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde een beslistermijn van 90 dagen, te rekenen vanaf het moment dat de minister de aanvraag inhoudelijk in behandeling neemt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat deze beslistermijn in strijd is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht en onvoldoende rechtsbescherming biedt conform artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarom vernietigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de minister opdroeg voor 2 mei 2026 een besluit te nemen.
In plaats daarvan stelt de Afdeling nieuwe termijnen vast: vier weken na verzending van de uitspraak van de rechtbank, acht weken indien de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen biedt, zestien weken bij nader onderzoek, en twintig weken indien beide van toepassing zijn. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en nieuwe beslistermijnen vastgesteld.