ECLI:NL:RVS:2025:4591
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging termijnbesluit machtiging voorlopig verblijf wegens strijd met Awb en richtlijn
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen 90 dagen een besluit te nemen, gerekend vanaf het moment dat de minister de aanvraag inhoudelijk in behandeling neemt volgens het 'first in, first out'-principe.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat deze beslistermijn in strijd is met artikel 8:55d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en niet voldoet aan de rechtsbescherming zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarom vernietigt de Afdeling het vonnis van de rechtbank voor zover het de termijn van 30 augustus 2025 oplegt.
In plaats daarvan stelt de Afdeling nieuwe termijnen vast die variëren van vier tot twintig weken, afhankelijk van of de minister gelegenheid tot herstel van verzuimen en/of nader onderzoek aanbiedt. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, vastgesteld op €907,00.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de opgelegde beslistermijn en stelt nieuwe termijnen vast met proceskostenvergoeding aan appellant.