ECLI:NL:RVS:2025:4555
Raad van State
- Hoger beroep
- M.M. Kaajan
- J. Gundelach
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging natuurvergunning wijziging melkveehouderij nabij Natura 2000-gebied
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 9 december 2021 een natuurvergunning voor de wijziging van een melkveehouderij aan een locatie in Alphen. Deze wijziging betrof onder meer een vermindering van het aantal melk- en kalfkoeien en aanpassingen in stalsystemen nabij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De rechtbank Oost-Brabant vernietigde deze vergunning op 12 mei 2023, omdat de emissies van een stalsysteem (A1.13) niet met de vereiste zekerheid konden worden vastgesteld, wat in strijd was met de Wet natuurbescherming.
In hoger beroep betoogde appellant A dat de onzekerheid over de emissiefactoren niet aan vergunningverlening in de weg stond, omdat het aantal dieren in emissiearme stallen zou afnemen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de emissie van stalsysteem A1.13 niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld met de gebruikte emissiefactoren en dat de vergelijking met andere stalsystemen (A1.28) niet zonder meer kan worden gemaakt. Hierdoor kon de vergunning niet worden gehandhaafd.
Het incidenteel hoger beroep van appellanten B en C over de omvang van de referentiesituatie werd eveneens ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde dat het college de in 2015 vergunde stal 5a terecht mocht betrekken in de referentiesituatie, ook al is deze anders gerealiseerd dan oorspronkelijk vergund.
De Afdeling bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen, waarbij de uitspraak, het beoordelingskader uit de uitspraak van 18 december 2024 en de relevante regelgeving van vóór 1 januari 2024 in acht moeten worden genomen. Tevens is bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: De vernietiging van de natuurvergunning wordt bevestigd en het college moet een nieuw besluit nemen.