ECLI:NL:RVS:2025:4540
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid en vernietiging invorderingsbesluiten dwangsommen woonruimte omzetting Deventer
Bij besluiten van december 2022 en begin 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer dwangsommen ingevorderd van appellant wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte voor arbeidsmigranten. Appellant betwistte de bevoegdheid van het college en de rechtmatigheid van de dwangsommen, mede vanwege de overgang van de Huisvestingsverordening 2019 naar 2022.
De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep van appellant deels gegrond, vernietigde delen van de invorderingsbesluiten en gaf het college opdracht opnieuw te beslissen. Het college stelde incidenteel hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college bevoegd was de invorderingsbesluiten te nemen, ook na intrekking van de Hvv 2019, omdat het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom niet was betwist en de dwangsommen terecht waren verbeurd. Tevens vernietigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het beroep van appellant gegrond verklaarde en bevestigt het college niet gehouden is tot proceskostenvergoeding. De besluiten van 27 november 2024 worden vernietigd omdat de grondslag daarvan is komen te vervallen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van het college gegrond; delen van de uitspraak rechtbank en besluiten van 27 november 2024 worden vernietigd.