ECLI:NL:RVS:2025:4532
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding waardevermindering woonark door tracébesluit A16 Rotterdam
Appellante bezit een woonark die drijft op water en ligt aan een ligplaats met vergunningen van het Hoogheemraadschap en de gemeente Rotterdam. Zij vordert vergoeding van waardevermindering als gevolg van het tracébesluit A16 Rotterdam.
De minister heeft het verzoek afgewezen omdat de woonark als roerende zaak wordt aangemerkt, waarvoor geen vergoeding onder de planschaderegeling van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geldt. De rechtbank heeft deze afwijzing bevestigd.
In hoger beroep betoogt appellante dat haar woonark praktisch niet verplaatsbaar is en dat het onderscheid tussen roerende en onroerende zaken discriminerend is. De Afdeling overweegt dat de woonark als schip een roerende zaak is en dat het onderscheid objectief en redelijk is, mede gelet op het doel van de planschaderegeling.
Ook het argument dat de ligplaatsvergunning vergelijkbaar is met erfpacht wordt verworpen, omdat een publiekrechtelijke vergunning geen exclusief gebruiksrecht op de grond inhoudt. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de schadevergoeding voor waardevermindering van de woonark wordt bevestigd.