ECLI:NL:RVS:2025:4515
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing dwangsom bij niet tijdig beslissen over SMI-tegemoetkomingen
Op 28 februari 2023 ontving het college achttien brieven van appellant met verzoeken om toekenning van een tegemoetkoming in de kosten van opvang van zijn zoon op basis van een sociaal-medische indicatie (SMI) voor de periode maart 2023 tot en met augustus 2024. Het college stelde deze aanvragen op 6 april 2023 buiten behandeling omdat appellant niet tijdig de benodigde gegevens aanleverde.
Appellant stelde het college vervolgens in gebreke wegens het uitblijven van besluiten, waarna het college bij besluit van 4 mei 2023 bepaalde dat geen dwangsom verschuldigd was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling oordeelt dat de achttien brieven als één aanvraag mogen worden beschouwd en dat het college tijdig een besluit heeft genomen. De ingebrekestelling was te laat om een dwangsom te rechtvaardigen. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe gronden die het oordeel van de rechtbank konden weerleggen.
De Afdeling benadrukt dat het niet relevant is of het besluit rechtmatig was, maar dat het feit dat een besluit genomen is bepalend is voor de vraag of een dwangsom verschuldigd is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college is geen dwangsom verschuldigd.