ECLI:NL:RVS:2025:444
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen paspoortaanvraag wegens verlies Nederlanderschap
Appellant, geboren in Turkije en houder van zowel de Turkse als Nederlandse nationaliteit, verloor volgens de minister op grond van de toen geldende Rijkswet op het Nederlanderschap zijn Nederlandse nationaliteit door langdurig verblijf buiten Nederland en de EU. Hierdoor stelde de minister zijn paspoortaanvraag buiten behandeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Deze behandelde de zaak op 1 juli 2024 en bevestigde het oordeel van de rechtbank.
De Afdeling bestuursrechtspraak verduidelijkte het toetsingskader voor de Unierechtelijke evenredigheidstoets die altijd moet worden toegepast bij verlies van het Nederlanderschap en daarmee het Unieburgerschap. Appellant slaagde er niet in concrete, redelijke voorzienbare gevolgen aan te tonen die het verlies van het Nederlanderschap onevenredig zouden maken.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en toekomstige wetswijzigingen faalde. De Afdeling concludeerde dat de minister terecht de aanvraag buiten behandeling stelde en bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om een nationaal paspoort wordt terecht buiten behandeling gesteld.