ECLI:NL:RVS:2025:4257
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard tegen bewaring vreemdeling
Appellant is door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld bij besluit van 25 juli 2025. Tegen dit besluit heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 12 augustus 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep gaf appellant geen inhoudelijke gronden aan waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep.
Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 4 september 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan inhoudelijke motivering.