ECLI:NL:RVS:2025:4210
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot openbaarmaking documenten op grond van geheimhoudingsplicht belastingwet
De appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van documenten met betrekking tot onaangekondigde bezoeken en controles door de Douane bij zijn bedrijf, evenals documenten over andere locaties en corona-voorzorgsmaatregelen. De staatssecretaris gaf gedeeltelijk gehoor aan het verzoek, maar weigerde openbaarmaking van bepaalde documenten vanwege de geheimhoudingsplicht zoals neergelegd in artikel 67, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr).
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze weigeringen ongegrond, stellende dat de geheimhoudingsplicht een bijzondere, uitputtende regeling is die voorgaat op de Wob en dat zij niet bevoegd was om hierover te oordelen. Appellant stelde in hoger beroep dat niet alle documenten onder de geheimhoudingsplicht vielen en dat de rechtbank onterecht niet had vermeld dat zij kennis had genomen van de weggelakte informatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat artikel 67 Awr Pro inderdaad een bijzondere openbaarmakingsregeling is die voorgaat op de Wob en dat documenten die behoren tot het fiscale dossier van een belastingplichtige zonder nadere aanwijzingen als geheimhoudingsplichtig moeten worden beschouwd. De rechtbank mocht daarom zonder kennisneming van de geheime stukken aannemen dat de geheimhoudingsplicht van toepassing was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de staatssecretaris terecht documenten heeft geweigerd op grond van de geheimhoudingsplicht van artikel 67 Awr.