ECLI:NL:RVS:2025:4207
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.T.J.M. Jurgens
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Intrekking standplaatsvergunning wegens onvolledig Bibob-formulier en gevaar strafbare feiten
Appellant had een standplaatsvergunning voor de zaterdagmarkt in Oldenzaal en verkocht kaas onder een bedrijfsnaam. Na een tip van het Openbaar Ministerie startte het college een Bibob-onderzoek, waarbij bleek dat appellant kazen met sporen van amfetamine had aangeboden en opgeslagen. Tevens werden eerdere overtredingen van de Opiumwet en Warenwetbesluit vastgesteld, die appellant niet volledig had gemeld in het Bibob-formulier.
Het college trok de vergunning in vanwege het onjuist en onvolledig invullen van het formulier en het ernstige gevaar dat de vergunning mede zou worden gebruikt voor strafbare feiten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het formulier niet bewust onjuist was ingevuld, dat het samenhangcriterium niet was voldaan en dat het college geen zorgvuldige belangenafweging had gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant het formulier niet volledig had ingevuld ondanks gelegenheid tot herstel, waardoor sprake was van ernstig gevaar. Het samenhangcriterium was voldaan omdat de vergunning het mogelijk maakte om met amfetamine besmette kazen aan het publiek aan te bieden. De intrekking was proportioneel gezien het belang van de volksgezondheid en de beperkte financiële gevolgen voor appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de standplaatsvergunning wegens onvolledig Bibob-formulier en gevaar voor strafbare feiten.