ECLI:NL:RVS:2025:420
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent huisvestingsprobleem
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft op 14 april 2022 de aanvraag van appellant om een urgentieverklaring afgewezen. Appellant stelde dat hij wel degelijk een urgent huisvestingsprobleem had en dat de rechtbank ten onrechte de afwijzing had bevestigd.
De rechtbank had geoordeeld dat appellant ten tijde van de besluitvorming bij zijn ouders woonde en dat er daarom geen urgent huisvestingsprobleem was. Appellant betoogde in hoger beroep dat hij inmiddels dakloos was en op verschillende adressen verbleef, maar heeft dit onvoldoende gemotiveerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het college terecht heeft geoordeeld dat appellant niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring op medische gronden, mede omdat appellant geen nieuwe medische stukken heeft overgelegd. De Afdeling verwijst naar de nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 en benadrukt dat een medische urgentieverklaring alleen kan worden verkregen bij ernstige en chronische medische problematiek met een levensontwrichtend karakter.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.