ECLI:NL:RVS:2025:4160
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatigheid grensdetentie en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 1 december 2024 legde de Minister van Asiel en Migratie aan betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel op. Betrokkene stelde beroep in tegen de tenuitvoerlegging van deze maatregel. De rechtbank Den Haag verklaarde dit beroep gegrond, oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is conform de Opvangrichtlijn en beval wijziging van de tenuitvoerlegging en schadeloosstelling.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Betrokkene stelde incidenteel hoger beroep, dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat dit volgens de Vreemdelingenwet 2000 in grensdetentiezaken niet mogelijk is. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat de grensdetentie niet onrechtmatig was.
De Afdeling wees het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee werd het beroep van de minister gegrond verklaard en het beroep van betrokkene ongegrond. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 29 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van betrokkene niet-ontvankelijk en het beroep ongegrond; het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.