ECLI:NL:RVS:2025:4155
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen bewaring vreemdeling
Appellant is bij besluit van 10 juli 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam. De rechtbank heeft op 25 juli 2025 het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Appellant heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep heeft appellant echter geen inhoudelijke gronden aangevoerd waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, zoals vereist op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De minister is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige kamer, op 1 september 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van inhoudelijke gronden.