ECLI:NL:RVS:2025:4028
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen uitspraak rechtbank over onrechtmatige grensdetentie en schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie legde op 20 januari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 februari 2025 het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende wegens onrechtmatige grensdetentie.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het oordeel van de rechtbank dat het JCS geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn onjuist was. De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken waarin dit is bevestigd.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee is de grensdetentie rechtmatig bevonden.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.