ECLI:NL:RVS:2025:3952
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid grensdetentie en afwijzing schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie heeft op 19 december 2024 de toegang tot Nederland geweigerd aan betrokkene en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Betrokkene stelde beroep in tegen deze besluiten, waarbij de rechtbank Den Haag op 31 december 2024 oordeelde dat de tenuitvoerlegging van de maatregel onrechtmatig was en wijziging daarvan beval, inclusief een schadeloosstelling aan betrokkene.
Zowel de minister als betrokkene gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel degelijk een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van de Opvangrichtlijn, waardoor de tenuitvoerlegging van de grensdetentie niet onrechtmatig is.
De grief van betrokkene dat de grensdetentie opgeheven had moeten worden, werd verworpen. De Raad van State vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de wijziging van de tenuitvoerlegging beval en de minister opdroeg tot schadeloosstelling, en bevestigde de rest van de uitspraak. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt het deel van het vonnis dat wijziging van de grensdetentie beval en wijst het verzoek om schadevergoeding af.