ECLI:NL:RVS:2025:3917
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 28 maart 2025 een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 juli 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit van de minister vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij de uitspraak van de rechtbank moet uitvoeren totdat het hoger beroep is afgerond. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vergt en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling in deze fase. Gezien de belangen van partijen werd daarom een voorlopige voorziening getroffen, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan het vonnis van de rechtbank totdat de Afdeling heeft beslist op het hoger beroep. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.