ECLI:NL:RVS:2025:3910
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet-in behandeling nemen
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 14 mei 2025 niet in behandeling is genomen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die dit beroep bij mondelinge uitspraak van 17 juli 2025 ongegrond verklaarde.
Appellant ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang zijn van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, mede gelet op eerdere uitspraken over vergelijkbare kwesties.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 18 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.