ECLI:NL:RVS:2025:3908
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit minister inzake niet-behandeling Woo-verzoek wegens onvoldoende precisering
Appellant verzocht de minister van Economische Zaken en Klimaat om openbaarmaking van documenten uit 2008-2019 over de Dienstenrichtlijn en gerelateerde onderwerpen. De minister vroeg appellant het verzoek te preciseren omdat het te ruim was geformuleerd.
Ondanks overleg en correspondentie over de precisering, oordeelde de rechtbank dat appellant het verzoek onvoldoende had gepreciseerd en dat de minister het verzoek daarom buiten behandeling mocht stellen. Het hoger beroep richtte zich tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Uit de stukken bleek dat de minister voldoende behulpzaam was geweest bij de precisering en dat appellant niet had aangetoond dat het verzoek zodanig was gepreciseerd dat het in behandeling had moeten worden genomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister om het Woo-verzoek buiten behandeling te stellen blijft in stand.