ECLI:NL:RVS:2025:3838
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nihilstelling eigen bijdrage bij artikel 12 Sv-procedure voor klager
Op 4 maart 2022 vroeg appellant A een toevoeging aan om rechtsbijstand te verlenen aan appellant B in een procedure over artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering, gericht tegen het niet vervolgen van een derde voor diefstal. De raad voor rechtsbijstand kende een vergoeding toe, waarbij een eigen bijdrage van €156 werd opgelegd aan appellant B.
Het Gerechtshof Den Haag verklaarde het beklag van appellant B gegrond en gelastte vervolging van de derde. Appellanten maakten bezwaar tegen de eigen bijdrage, maar de raad handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de wet en het beleid geen ruimte bieden de eigen bijdrage op nihil te stellen in deze situatie, omdat de klager niet gelijkgesteld kan worden aan een verdachte die wordt vrijgesproken.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de rechtbank ten onrechte het beroep ontvankelijk had verklaard en dat het beleid in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en de Europese Slachtofferrichtlijn. De Afdeling verwierp deze gronden, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om prejudiciële vragen af. De Afdeling oordeelde dat de eigen bijdrage terecht is gehandhaafd en dat de raad geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de eigen bijdrage niet op nihil kan worden gesteld voor rechtsbijstand aan een klager in een artikel 12 Sv-procedure.