ECLI:NL:RVS:2025:378
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing hoger beroep tegen rechtbankuitspraak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 14 juni 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en bevestigt de eerdere uitspraak. De bewaring wordt niet onrechtmatig geacht en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 februari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.