ECLI:NL:RVS:2025:3673
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico ernstige schade
Betrokkene had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 18 september 2024 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de minister niet deugdelijk had gemotiveerd dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico liep op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Dit oordeel was in lijn met een eerdere uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025.
De Afdeling bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.