Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Allereerst over uw vrees gerekruteerd te worden door de Houthi’s. Dat heb ik goed begrepen toch?
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een man van Jemenitische nationaliteit, diende op 20 december 2022 een asielaanvraag in, die op 18 september 2024 door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 15 oktober 2024 en oordeelde dat het beroep gegrond is.
Eiser vreest rekrutering door de Houthi’s en mogelijke moord vanwege verblijf in Saoedi-Arabië. De minister achtte de vrees voor rekrutering ongeloofwaardig vanwege het ontbreken van onderbouwing met objectieve documenten en het feit dat Aden, waar eiser oorspronkelijk vandaan komt, niet onder controle van de Houthi’s valt. Eiser kon niet aantonen waarom hij niet in Aden zou kunnen verblijven.
De rechtbank stelde dat de minister onvoldoende rekening hield met de individuele omstandigheden van eiser en het feit dat rekrutering door de Houthi’s nog steeds voorkomt. Ook werd onvoldoende gemotiveerd waarom eiser geen reëel risico op ernstige schade loopt in het kader van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens strijd met de Awb en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Eiser kreeg een proceskostenvergoeding van €1.814 toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.