ECLI:NL:RVS:2025:3611

Raad van State

Datum uitspraak
24 juli 2025
Publicatiedatum
31 juli 2025
Zaaknummer
202303321/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang na betalingsregeling subsidiegeschil

De zaak betreft een hoger beroep van een onderneming gevestigd in Ébène, Mauritius, tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een subsidie binnen het Private Sector Investeringsprogramma. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp had de subsidie vastgesteld en teveel betaalde voorschotten teruggevorderd.

De appellant was het niet eens met het terugvorderingsbesluit van 19 december 2018. Tijdens de procedure is op 15 mei 2025 aan de Afdeling gemeld dat partijen een betalingsregeling zijn overeengekomen, bevestigd bij besluit van 21 december 2023, waarbij het terug te vorderen bedrag werd gewijzigd.

Omdat tegen het besluit van 21 december 2023 geen bezwaar is gemaakt en er geen geschil meer bestaat over de inhoud daarvan, is het procesbelang van het hoger beroep komen te vervallen. Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na het treffen van een betalingsregeling.

Uitspraak

202303321/1/A2.
Datum uitspraak: 24 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellante], gevestigd in Ébène, Mauritius,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 5 april 2023 in zaak nr. 22/1659 in het geding tussen:
[appellante]
en
de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
(nu: de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp).
Openbare zitting gehouden op 24 juli 2025 om 10:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. W. den Ouden, voorzitter
Staatsraad mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid
Staatsraad mr. M.C Stoové, lid
Griffier: mr. O. van Loon
Jurist: mr. A.J.Q. Oskam
Verschenen:
De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, vertegenwoordigd door mr. drs. P.J. Kooiman;
====================================
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 5 april 2023 van de rechtbank Den Haag.
Beslissing
De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Motivering
Bij besluit van 10 februari 2014 heeft de minister aan [appellante] een subsidie verleend binnen het subsidieprogramma Private Sector Investeringsprogramma, deelprogramma PSI Plus (Stcrt. 2014, nr. 136) voor het project Kinshaha Improved Cookstoves factory in de Democratische Republiek Congo.
Bij besluit van 19 december 2018 heeft de minister de subsidie vastgesteld en de teveel betaalde voorschotten teruggevorderd. [appellante] is het niet eens met dat besluit. Bij brief van 15 mei 2025 heeft [appellante] de Afdeling in afwachting van de zitting geïnformeerd dat zij overeenstemming heeft bereikt met de minister en een betalingsregeling heeft afgesproken.
Bij besluit van 21 december 2023 heeft de minister de betalingsregeling bevestigd en de hoogte van het terug te vorderen bedrag gewijzigd. Dit besluit is kennelijk het gevolg van een voorstel van [appellante], dat door de minister is aanvaard.
Tegen het besluit van 21 december 2023 is [appellante] niet opgekomen. Over de inhoud van het besluit is daarom geen geschil. Met de getroffen schikking is het procesbelang bij het hoger beroep komen te vervallen. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Den Ouden
voorzitter
w.g. Van Loon
griffier
284-1067