ECLI:NL:RVS:2025:3611
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang na betalingsregeling subsidiegeschil
De zaak betreft een hoger beroep van een onderneming gevestigd in Ébène, Mauritius, tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een subsidie binnen het Private Sector Investeringsprogramma. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp had de subsidie vastgesteld en teveel betaalde voorschotten teruggevorderd.
De appellant was het niet eens met het terugvorderingsbesluit van 19 december 2018. Tijdens de procedure is op 15 mei 2025 aan de Afdeling gemeld dat partijen een betalingsregeling zijn overeengekomen, bevestigd bij besluit van 21 december 2023, waarbij het terug te vorderen bedrag werd gewijzigd.
Omdat tegen het besluit van 21 december 2023 geen bezwaar is gemaakt en er geen geschil meer bestaat over de inhoud daarvan, is het procesbelang van het hoger beroep komen te vervallen. Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na het treffen van een betalingsregeling.