ECLI:NL:RVS:2025:3540
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 29 juli 2024 verleende de minister van Asiel en Migratie betrokkene een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Betrokkene stelde beroep in tegen dit besluit, waarbij de rechtbank op 19 juni 2025 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde voor zover de minister de geboortedatum 3 maart 2003 aan betrokkene had toegekend. De rechtbank bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten totdat het hoger beroep is behandeld. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te kennen. Hierdoor hoeft de minister de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren voordat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.