ECLI:NL:RVS:2025:3531
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning asiel
Op 25 april 2025 wees de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 juli 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit van de minister vernietigde en de minister opdroeg binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat het vonnis van de rechtbank in stand blijft en dat de belangen van de minister en betrokkene zodanig zijn dat een voorlopige voorziening passend is. Daarom werd bepaald dat de minister het vonnis van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft het vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.