ECLI:NL:RVS:2025:3452
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering minister
De minister van Asiel en Migratie wees op 22 oktober 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 2 april 2025 het besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering door de minister, en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat de minister bij de beoordeling van de humanitaire situatie in Jemen, in het kader van artikel 15 van Pro de Kwalificatierichtlijn, niet deugdelijk had gemotiveerd hoe zij de situatie en de door betrokkene overgelegde informatie had meegewogen.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank terecht had geoordeeld en verwierp het hoger beroep van de minister. Betrokkene voerde geen nieuwe gronden aan tegen de uitspraak van de rechtbank. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €907,00. De uitspraak werd op 25 juli 2025 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het afwijzingsbesluit en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.