ECLI:NL:RVS:2025:3347
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring hoger beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel grensdetentie
De minister van Asiel en Migratie legde op 16 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. De rechtbank Den Haag verklaarde op 12 december 2024 het beroep van betrokkene tegen het voortduren van deze maatregel gegrond, beval opheffing van de maatregel en kende schadevergoeding toe.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze vernietigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat de klacht over de omstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol en de rechtmatigheid van de grensdetentie slaagt, conform eerdere uitspraken.
Betrokkene voerde aan dat de duur van de grensdetentie in strijd was met de Opvangrichtlijn, maar dit werd door de Raad van State verworpen omdat de detentie minder dan dertien weken duurde op het moment van behandeling van het asielberoep.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, maar wees het beroep van betrokkene ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard met afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.