ECLI:NL:RVS:2025:3189
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige grensdetentie en schadevergoeding
Bij besluit van 1 februari 2025 legde de minister van Asiel en Migratie aan betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel op in de vorm van grensdetentie. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, oordeelde dat de detentie onrechtmatig was vanaf de eerste dag en kende een schadevergoeding van €2.500 toe.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is zoals bedoeld in de Opvangrichtlijn, waardoor de detentie onrechtmatig was vanaf het begin. Echter, de Raad stelde dat de detentie niet langer dan dertien weken mag duren en dat de onrechtmatigheid pas vanaf 25 februari 2025, de datum van de uitspraak van de rechtbank, geldt.
De Raad vernietigde het deel van het vonnis waarin de schadevergoeding van €2.500 werd toegekend en kende in plaats daarvan een vergoeding van €200 toe voor de twee dagen onrechtmatige detentie tot 26 februari 2025. De overige onderdelen van het vonnis werden bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State kent een schadevergoeding van €200 toe voor twee dagen onrechtmatige grensdetentie en vernietigt het hogere schadebedrag van €2.500.