ECLI:NL:RVS:2025:3180
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid uitlezen mobiele telefoon in asielprocedure en gevolgen voor besluitvorming
Appellant, met de Ghanese nationaliteit, werd na aankomst op Schiphol in grensdetentie geplaatst, waarbij zijn mobiele telefoon zonder toestemming werd uitgelezen door de Koninklijke Marechaussee. De rechtbank had eerder geoordeeld dat deze grensdetentie onrechtmatig was. In de asielprocedure werd het uitlezen van de telefoon eveneens als onrechtmatig beoordeeld omdat artikel 55, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geen voldoende wettelijke grondslag biedt voor het zonder toestemming onderzoeken van mobiele telefoons.
De rechtbank vernietigde het afwijzingsbesluit van de staatssecretaris vanwege een zorgvuldigheidsgebrek in de besluitvoorbereiding, maar paste artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe omdat niet was gebleken dat appellant door deze onrechtmatigheid was benadeeld. Appellant stelde dat het passeren van dit gebrek onrechtmatig was vanwege ernstige inbreuk op zijn privacy en persoonsgegevens.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dat artikel 55, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 onvoldoende wettelijke grondslag biedt voor het zonder toestemming uitlezen van mobiele telefoons, en dat het aan de wetgever is om dit nader te regelen. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht het gebrek aan zorgvuldigheid heeft vastgesteld en dat het gebrek terecht kon worden gepasseerd omdat geen nadelige gevolgen voor appellant waren vastgesteld.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.