ECLI:NL:RVS:2025:3159
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tweede toevoeging voor partner in geschil over huurschade
Appellant B en zijn partner werden aansprakelijk gesteld door hun voormalige verhuurder voor herstelkosten van schade aan een huurwoning. Appellant A diende namens beiden een aanvraag om een toevoeging in bij de raad voor rechtsbijstand. De raad wees de aanvraag voor appellant B af, maar kende de toevoeging toe aan zijn partner.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant A en B tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogden zij dat een toevoeging persoonsgebonden is en dat ieder een eigen toevoeging verdient, ook al betreft het hetzelfde rechtsbelang. De raad stelde dat bij hetzelfde rechtsbelang volstaan kan worden met één toevoeging.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant B geen belang heeft bij inhoudelijke behandeling omdat het doel van het hoger beroep niet leidt tot een andere uitkomst. Het hoger beroep van appellant A is wel ontvankelijk, maar ongegrond. De Afdeling bevestigt dat bij partners met hetzelfde rechtsbelang één toevoeging volstaat, ook als zij verschillende rechtssubjecten zijn. De eerdere toevoeging voor de partner dekt het gezamenlijke rechtsbelang.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank en de raad voor rechtsbijstand en wijst de verzoeken om een tweede toevoeging af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant B is niet-ontvankelijk en dat van appellant A ongegrond verklaard; de afwijzing van de tweede toevoeging wordt bevestigd.