ECLI:NL:RVS:2025:298
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 18 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 11 december 2024 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 29 januari 2025 dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming van belang zijn en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling zag ook geen reden om ambtshalve de grensdetentie onrechtmatig te achten en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling. Hiermee blijft de vrijheidsontnemende maatregel gehandhaafd zoals door de minister opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.