ECLI:NL:RVS:2025:294

Raad van State

Datum uitspraak
29 januari 2025
Publicatiedatum
29 januari 2025
Zaaknummer
202403475/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 6:3 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen uitspraak over kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens vreemdeling

De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Asiel en Migratie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, waarin het beroep van een vreemdeling tegen de kennisgeving van gewijzigde identiteitsgegevens gegrond werd verklaard.

De staatssecretaris had op 5 december 2023 de geboortedatum van de vreemdeling gewijzigd en dit aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel meegedeeld. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze wijziging, dat door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank stelde het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit genomen moest worden.

De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat de kennisgeving geen appellabel besluit is omdat het slechts een voorbereidend besluit is dat de vreemdeling niet rechtstreeks in zijn belang treft. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt deze lijn en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.

Uitspraak

202403475/1/V2.
Datum uitspraak: 29 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-­Hertogenbosch, van 28 mei 2024 in zaak nr. NL24.1723 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister.
Procesverloop
Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 5 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van de vreemdeling te hebben gewijzigd.
Bij besluit van 2 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 28 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.C.M.E. Schijvenaars, advocaat in Vlissingen, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       In zijn enige grief klaagt de minister over het oordeel van de rechtbank dat de kennisgeving van de gewijzigde identiteitsgegevens een appellabel besluit is.
2.       In de uitspraak van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5256, onder 4 tot en met 6, heeft de Afdeling geoordeeld dat de kennisgeving van de gewijzigde identiteitsgegevens een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, maar het ter voorbereiding dient van het besluit op de asielaanvraag. Op grond van artikel 6:3 van Pro de Awb is zo een besluit niet appellabel, tenzij het de vreemdeling rechtstreeks in zijn belang treft. Daar is hier geen sprake van. De rechtbank heeft daarom ten onrechte geoordeeld dat de kennisgeving van de gewijzigde identiteitsgegevens appellabel is. De minister heeft het bezwaar tegen de kennisgeving terecht niet‑ontvankelijk verklaard. De grief slaagt.
3.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het beroep is alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­-Hertogenbosch, van 28 mei 2024 in zaak nr. NL24.1723;
III.      verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Prins
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2025
363-1024