ECLI:NL:RVS:2025:2871
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.Th. Drop
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onmogelijkheid vrijstelling middelenvereiste bij EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen
Betrokkene, met de Indiase nationaliteit, vroeg om een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, maar de minister wees deze af wegens het niet voldoen aan het middelenvereiste. De rechtbank vernietigde het besluit omdat de minister niet had onderzocht of betrokkene vrijgesteld kon worden van het middelenvereiste op grond van de Wajonguitkering van haar referent, die volledig arbeidsongeschikt is.
De minister stelde in hoger beroep dat het middelenvereiste strikt is en geen uitzonderingen kent bij aanvragen voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, zoals bevestigd in de wetgeving en jurisprudentie van het Hof van Justitie. De vrijstellingsgronden uit de vreemdelingencirculaire zijn niet van toepassing op deze verblijfsvergunning.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het besluit van de minister heeft vernietigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden en het beroep wordt ongegrond verklaard. Hiermee wordt bevestigd dat het middelenvereiste strikt wordt toegepast zonder vrijstellingen bij deze verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.